 |
 |
Vorige week vrijdag kwam Famke op bezoek en vandaag is ze er nog, al duurt het niet zo lang meer, geloof ik. Gisterochtend met de baas naar het strand, op de fiets. Hoe? Nou, zo:
Dit is van vorige week zondag: staan we naar de lammetjes te kijken op de Zanderij.
Samen met Famke op de mat, lekker thuis.
Bij Onderlangs, op weg naar de Papenberg. Daar is Famke later in de week in een prutsloot gelopen, zodat ze helemaal zwarte poten had. In de vijver bij het nieuwe deel van de begraafplaats heeft de baas haar toen het water ingetrokken om haar poten af te spoelen.
Toen we Tiko (inmiddels 2½ jaar) tegenkwamen op de Zanderij kon die mooi even met Famke spelen. De meeste foto's daarvan zijn mislukt omdat er alleen wat schimmen op staan. Ja, de baas heeft nog een ouwe telefoon. Hij denkt nog heel lang, maar dat gelooft niet iedereen.
Op de terugweg van oma in de Santmark kwamen we deze tegen op de Helmkade. Daar heeft Famke een stuk of tien rondje mee gerend. Die foto's zijn ook allemaal niet toonbaar.
Een duinwandeling en dan kom je wel eens een andere hond tegen.
Donderdagmiddag zijn Famke en ik met de baasjes via de Papenberg en camping Geversduin naar Gasterij de Kruisberg gelopen.
Famke was bij de Kruisberg af en toe nauwelijks te houden, want die wilde achter de loslopende kippetjes aan.
Het hondengedicht van de week is van Alexis de Roode en komt uit diens derde dichtbundel Gratis tijd voor iedereen uit 2010.
Alexis de Roode - Inwisselbare beelden III
Achter het huis
staat een rammelende ribbenkast
die kwispelt als we uit de verte
nog eens naar hem kijken.
Ooit was hij een wolf
die in de bossen op ons joeg,
ons dwong te rennen voor ons leven.
We legden hem aan de ketting
van uren en minuten, lieten hem
arbeiders bijeendrijven,
schapen aan het werk zetten.
Toen hij onze hand begon te likken
gingen we minder van hem houden,
vergaten hem steeds vaker
eten te geven. Nu is hij versleten.
Op hoge trillende poten
staat hij te janken van geluk
als wij aan komen lopen met het touw,
speurend naar een tak.
 |
Ja, Famke is bij ons aan het logeren. Best gezellig, kunnen we af en toe lekker samen blaffen, als er post wordt ingegooid of zo. Volgende week ongetwijfeld meer foto's daarvan, want we lopen elke keer een beetje achter.
Regelmatig kom ik border collies tegen. Vorige week woensdag kwam ik met de baas deze allemaal tegen, bij het scoutinghuis.
Deze ontmoeting is van vorige week zondag.
Afgelopen maandag was het Koninginnedag, dus ...
Maar nu eerst de foto's van de bloeiende bollen op de Zanderij; ze zijn van meer dan een week geleden, maar de foto's van Schiermonnikoog kwamen er even tussendoor. Inmiddels is er niet veel kleur meer over; de meeste zijn gekopt.
Bloemen hebben we natuurlijk ook in onze eigen tuin.
Het hondengedicht van de week is van Jan Eijkelboom (1926-2008) en komt uit diens bundel De gouden man uit 1982. De baas heeft het gedicht natuurlijk gekozen omdat het deze week 4 en 5 mei was. De titel, 21 november, slaat op 21 november 1981. Welke indruk deze dag maakte op Jan Eijkelboom zie je ook in een ander gedicht, met als titel 21 november 1981. Harry Mulisch beschreef de dag in de slotscènes van De aanslag (1982).
Zelf ben ik niet zo blij met de beeldspraak in dit gedicht.
Jan Eijkelboom - 21 november
De Vrede is een hond
die keft en gromt
en bijt, en laat z’n tanden zien.
Hij blaft en kwijlt
z’n valse taal: de vredeszwendel.
De Vrede ijlt z’n roep vooruit,
hij scheurt het vlees
van ‘t bot: z’n vreten.
Hij kraakt het been. Hij knaagt,
een bloedhond die in meutes jaagt.
Sla hem de tanden uit z’n mond.
De Vrede is een valse hond.
Zo ziet de Zanderij er momenteel uit (als het niet regent). Volgende week meer, want we hebben nog wat in te halen. Vorige week stonden hier de foto's van de zaterdag van het weekendje Schiermonnikoog, nu alweer twee weken geleden. Vandaag de foto's van de zondag. Die begonnen we met een wandeling over het strand bij het appartement en dan via vuurtoren en watertoren naar het dorp.
Ja, ze zijn op Schier niet erg vlot met het opbouwen van een strandtent.
Een bruine stabij op Schiermonnikoog!
De watertoren (vroeger ook vuurtoren).
Kunst in het dorp.
Een bunker, op een hoog duin midden op het eiland.
Het wad, bij de dam naar de veerboot. En ja, het waaide hard, dus mijn oor zit niet altijd goed.
Het wad bij de jachthaven.
Het hondengedicht van deze week is van Daan de Ligt (1953), voormalig stadsdichter van Den Haag. Het gedicht staat in een verzamelbundel die het Nijmeegse literaire tijdschrift Op ruwe planken uitgaf ter gelegenheid van de Boekenweek 2009. Het staat ook de de website van Daan de Ligt.
Daan de Ligt - Een hondenleven
gelaten volg ik aan een korte lijn
ik ben een oude hond onder de mensen
een surrogaat voor nooit vervulde wensen
van een bazin die ruikt naar terpentijn
ze heeft haar vreemde nukken, ik herken ze
aan de blikken als we 's avonds samen zijn
de opgekropte woede, het chagrijn
normale stilte wordt een heel intense
ik slik haar buien al zo lang ik leef
maar soms komt toch de wolf in mij naar boven
dan zou ik willen blaffen: vuile teef
dan wil ik haar verscheuren, woest en koud
doch het verstand zal al die lusten doven
we zijn al bijna veertig jaar getrouwd
Zoals beloofd: foto's van het weekendje Schiermonnikoog, nu alweer een week geleden. Dit is Lauwersoog, vrijdag vroeg in de avond, vlak voor vertrek.
Op de boot.
's Avonds op het balkon van ons appartement.
En kijk maar eens goed: ik zag daar beneden (aan de bovenkant van de foto) een andere stabij, Oscar. Die zat, zo bleek later, in het appartement naast ons, dus we hadden ook wel contact over de balkonrand. En we zijn elkaar zaterdagochtend op het strand tegengekomen.
Ja, Oscar zit hier strak aan de riem. Zonder riem is hij zo een uurtje de hort op. Dat heb je met tweejarige stabijtjes. Ik wilde dat tien jaar geleden ook nog wel, lekker even achter de geur van de konijnen aan, zonder naar de baasjes te luisteren. Maar nu ben ik wat rustiger, wel zo makkelijk voor de baasjes.
We hadden de eerste avond, vrijdagavond dus nog, een prachtige zonsondergang die niet zo makkelijk goed op de foto vast te leggen is.
Zaterdagochtend eerst naar het dorp voor boodschappen. Dus dan zit ik, bij mijn gehuurde fietskar, bij de supermarkt
bij de bakker
Tussendoor even met de baas naar het beeld van de schiere monnik.
Zaterdagmiddag in de fietskar naar de kwelders bij de Kobbeduinen.
Na de wandeling wat drinken bij het Strandpaviljoen De Martijn.
Op Schiermonnikoog hebben ze ontzettend veel strand.
Aan het eind van de middag nog een extra rondje gelopen, naar de vuurtoren.
Volgende week de foto's van de zondag op Schiermonnikoog.
Vandaag is het precies drie jaar geleden dat Martin Bril overleed. Daarom is het avondhondengedicht van de week weer van Martin Bril (1960-2009). Het gedicht is geschreven op 3 september 2008 en staat hier. Bril had veel belangstellling voor en wist veel van Napoleon over wie hij een boek schreef. Drie jaar geleden stond op deze plek ook een hondengedicht van Bril en op 8 februari 2009 stond hier van Bril het magnifieke 'Een bescheiden woefje'. In het Letterkundig Museum is momenteel een kleine tentoonstelling over Martin Bril naar aanleiding van het verschijnen van Heimwee naar Nederland, een nieuwe bundel columns met 'de mooiste stukken die Bril over ons land schreef'. Maar hier het gedicht over een hondje uit het begin van de negentiende eeuw.
Martin Bril - De zinloze Sambo
In de categorie zinloze feiten is
Het misschien leuk om te weten
Dat generaal Bertrand die in 1815
Napoleon in ballingschap volgde
Naar het onherbergzame eiland
Sint Helena aldaar van Chinese
Zeelieden een hond verwierf die
Hij Sambo noemde. De bedoeling
Was dat de hond (klein en wit
Met bruine vlekken) ratten ving
In het huis van de voormalige
Keizer - maar helaas, Sambo lag
Liever bij het vuur te slapen.
In 1821 verliet de generaal het
Eiland en Sambo nam hij mee
Naar Chateauroux waar hij tot
Zijn dood zou wonen. Zijn landhuis
Is tegenwoordig een museum,
En Sambo staat er opgezet en
Wel de topattractie te wezen.
Dit weekend op Schiermonnikoog geweest. Onder andere Oscar (Oskar?) ontmoet, ook een stabij, maar wel tien jaar jonger en dus ondeugender. Volgende week meer daarvan.
Afgelopen maandag was de baas thuis en hebben we met zijn drietjes 's ochtends een rondje door het duin gelopen alsof het zondag was. Wel in een wat donker, af en toe zelfs miezerig weertje. Ook moest ik weer eens poseren, op een plek waar het PWN naaldbomen gekapt heeft.
Even verderop is een paadje dat we in de winter wel lopen weer afgesloten. Er stond altijd in het voorjaar een bordje bij dat het pad wegens het broedseizoen was afgesloten, maar nu staat er gewoon dat er geen doorgang is.
Narcissen in de duinen:
's Middags met zijn drietjes naar de Santmark. Lekker bedelen bij oma om koekjes.
En snuffelen naar kruimeltjes.
Woensdagochtend was het opeens weer zonnig toen ik met de baas naar het strand ging.
Ja, Toni kwamen we ook weer eens tegen.
En volgende week dus Schiermonnikoog (nee, wij niet meer, dat was dit weekend, maar op deze plek).
Waarom let er niemand goed op? Op 29 mei, twee weken na de verjaardag van de baas, meldde hij dat hij de nieuwe dichtbundel van Willem Jan Otten (1951) gekregen had (Gerichte gedichten, 2011), maar dat daar geen hondengedicht in stond. Wat een onzin!! Er staat wel een hondengedicht in, kwestie van even goed lezen.
Willem Jan Otten - 'Toen ik eens vroeg de hond uitliet'
Toen ik eens vroeg de hond uitliet
kwam ik op het laatste duin te staan.
Dat u zomaar hene bent gegaan!
U, in uw hoedanigheid van zoon,
niets heeft u op schrift gesteld!
Onrustig het hart, keffend ontwaakt.
Woorden rolden door mij heen,
ik flipperkast om steeds één zin:
het is voor jou beter dat Ik ging.
Hond stoof naar de dam
die in de lage mist verdween,
die opgetrokken kwam uit zee.
Daar achter werd het dag.
Het duurde voor mij daagde
dat Brandaris al was uitgezet.
Niet op te helderen uw vertrouwen.
Heb ik genoeg van hem gehouden.
Heb ik genoeg beduid.
Wat ik beduid, heb ik het beduid.
Geen mens kreeg zo veel mee
als hij die u nu foeide aan zijn zee.
Vanochtend na ons rondje duinen met zijn drieën kwamen we vlakbij huis Toni weer eens tegen. Hij had een zwarte labrador als logé, dus die heb ik even laten zien wie ik ben (een stabij met tandjes).
Gister lekker vroeg met de baas naar het strand. Wel een buitje over ons heen gekregen. De baas is dit keer eens naar het gewone strand gefietst. De huisjes aan de noordkant, naast De Deining staan er ook zo'n beetje weer allemaal.
Strandtent Bad Noord, bij de strandopgang van/naar Camping Bakkum, staat er ook, al lijkt die nog niet open.
Zoals beloofd ook nog wat aandacht voor vorige week zondag, toen we de Maer- en Korendijkroute gelopen hebben.
De hond hieronder komen we wel vaker tegen op de Maer- en Korenroute, zoals in juli 2010.
Deze stabij, op de Noordermaatweg, staat ook al eens eerder op de foto, namelijk hier.
En ook deze komen we, als we over de Malleweg lopen, wel vaker tegen.
Ook vorige week zondag 's middags met de baas naar Het Oude Theehuys via Duin en Bosch.
Ook naar de Santmark geweest en op de terugweg op de Schelgeest deze hond tegengekomen.
Woensdagochtend met de baas naar het strand.
Vrijdag ging de baas niet naar school, dus liep hij met mij een rondje duinrand plus Papenberg. Vlakbij de scoutinghut kwamen we Lipari tegen plus de twee honden die nog niet zo lang geleden door de baasjes van Lipari uit een of ander buitenland zijn meegenomen. De twee zijn behoorlijk getraumatiseerd, met kogels (!) in hun lichaam. Ze knappen wel behoorlijk op en zijn niet meer zo schuw als eerst.
En weer eens een ontmoeting met Schotse Hooglanders.
Op de Papenberg.
Het hondengedicht van de week is van Ingmar Heytze. Het gedicht komt uit de nieuwste bundel van Heytze, zijn tiende inmiddels, Ademhalen onder de maan (2012). De recensent van de bundel op 8weekly is maar deels te spreken over de inhoud. Hij prijst de toegankelijkheid van de gedichten, die het mogelijk maakt dat een redelijk grote schare lezers aangesproken worden door zijn werk. Maar hij maakt zich een beetje zorgen over de (geringe) diepgang van de meeste gedichten. Voor ondere andere dit gedicht, 'Chaser', maakt hij een uitzondering: "Zo wordt in het gedicht Chaser een bordercollie op levendige wijze geobserveerd. Dit mondt uit in een dieper inzicht in het mens achter die observatie."
Chaser is, zoals je ook uit het gedicht kan halen, een hond die slimmer is dan ik ben. Of de baasjes hebben mij niet goed genoeg getraind, dat kan natuurlijk ook.
Ingmar Heytze - Chaser
In Amerika houdt een bordercollie
duizend speeltjes uit elkaar. Feilloos haalt ze
pop of rubberkip of bal of frisbee tevoorschijn
uit een andere kamer, van achter een zwart gordijn.
Ik weet inmiddels wel dat ik besta, dat falen
even weinig zegt als slagen, dat vragen die
beginnen met waarom verkeerde vragen zijn,
dat ik daardoor niet goed slaap en als ik slaap
hardnekkig van gordijnen droom.
Afgezien daarvan ben ik een hond. Iemand
leerde me de woorden, fluistert in mijn oor
over twee kamers en wat waarvandaan te
halen en ik ren en blaf en doe apport.
Vanochtend half en half de Maer- of Korendijkroute gelopen. Volgende week daar wat meer over. Het was frisjes, wel wat zon, maar lang niet zulk mooi weer als een paar dagen geleden. Toen was het echt mooi weer, zodat de bloemetjes de grond uit schoten. Narcissen op de Mient:
Een soort bosviooltjes in de duinen, een heleboel blauwe, hoewel niet heel goed te zien op de foto:
Achter het parkeerterrein aan het begin van de duinen staat een nieuw bordje als startpunt voor vier wandelingen ('Startpunt Zanderij').
Vorige week zondag was het lekker weer om in de tuin te liggen. Moest de baas natuurlijk weer foto's van me nemen, waaronder van boven af, door de takken van het amandelboompje dat weer mooi bloeit.
Josse, de haan, in het zonnetje. Volgens de baasjes doet i het goed, nu al weer een paar weken helemaal in zijn eentje. Nou ja, ik spring af en toe eens naar hem en hij heeft vaak gezelschap van een tortelduif (is die nu ook in zijn eentje of zit de ander ergens op een nest?), van kauwen (ook in zijn hok als het deurtje open staat, maar die werkt hij er dan wel uit) of merels (die meehelpen zijn graan op te pikken).
Ook vorige week zondag: moest ik in de duinen bij dit bordje zitten. Het is hier al eens eerder genoemd, het gaat over zonnige zomen. Er zijn in deze omgeving aardig wat bomen gekapt, vooral naaldbomen, onder andere om deze brede zoom langs het fietspad te maken.
Woensdag lekker weer op het strand.
Het hondengedicht van de week is van Tsead Bruinja. Het staat, net als de twee al eerder geplaatste hondengedichten van Bruinja in zijn Nederlandstalige bundel Bang voor de bal uit 2007. Tsead Bruinja was vrijdag te gast op de school van de baas.
Behalve een opvallende titel heeft het gedicht ook een opvallende vorm: het grootste eerste deel ziet eruit als een prozagedicht, waarna er nog een strofe van drie regels volgt:
Tsead Bruinja - Sons & daughters
nog vaak kiezen eigenaars eerst het ras uit dat ze wensen en gaan dan
pas op zoek naar een specialist ter zake die hun de nodige adressen
kan doorspelen beter is het eigenlijk vooraf een kenner aan te spreken
die kan helpen bij deze belangrijke beslissing deze kenner kan u in-
lichtingen geven omtrent raskenmerken welke hond het beste past bij
uw levenswijze nog vaak verloopt de aanschaf ondoordacht en impul-
sief met alle gevolgen van dien
u had ons moeten zien
door de banden heen pluto
piet viel voorover in de sla
Je moet eigenlijk de bundel er even bij pakken. Het is wel grappig om te zien dat die Piet ook in het gedicht daarvoor, tijdens een 'gezellige barbecue' in de sla valt. Daar heeft Piet dan een beetje te veel bier gedronken. Overigens hebben de baasjes al emer dan twaalf jaar geleden, hoewel vrij snel, niet ondoordacht voor mijn ras gekozen. En ik hoor ze wel praten hoor, over mijn leeftijd, over een andere hond en dan zou het eventueel zeker weer een Friese Stabij worden.
Wat een lekker weer om met de baas naar het strand te gaan. Gister bijvoorbeeld.
Club Zand staat er ook al weer en ging dit weekend open.
En ze waren druk bezig met de strandhuisjes, helaas, daar gaat het strand. Moeten we weer wachten tot september.
Woensdag was het al net zulk mooi weer.
Met dat warme weer schieten de bloemetjes uit de grond. Op de Mient:
Op de Zanderij:
Het hondengedicht van de week is van Lévi Weemoedt (1948). Op 27 juli 2008 stond er ook een gedicht van deze dichter op deze site. Het gedicht van vandaag is een sonnet en komt uit de bundel Geen bloemen uit 1978.
Lévi Weemoedt – Volle bak
‘k Doe met mijn hond een treurig rollenspel:
hij is alleen; ik eenzaam en verlaten.
De telefoon ben ik; hij doet de voordeurbel.
Maar wie is nu het vrouwtje dat komt praten?
Ontroerend hoe we dat zo samen spelen,
avond aan avond, o ’t is akelig levensecht!
Maar niemand die hier om de kaartjes vecht.
De kat begint ’t gruw’lijk te vervelen.
Die weet al dat nog vóór het laatst bedrijf
de spelers dronken uit hun rollen vallen:
de hoofdpersoon vloekt alle vrouwtjes stijf;
de hond ligt in zijn etensbak te lallen.
Toch is die rol geschréven op ons lijf.
Een sympathiek applaus dus, van u allen!
Gister niet naar het strand. Eerst met de baas een rondje duinrand en later ging ik met het vrouwtje in de auto naar Almere. En daar was de baas ook opeens weer. Zijn we eerst naar Dronten gereden en toen nog naar Zutphen. Daar hadden ze poezen. Ik heb ze wel geroken, maar niet gezien; ze zaten boven en durfden zeker niet naar beneden.
Woensdag wel met de baas naar het strand geweest. Op weg ernaartoe zagen we in de duinen vanaf de Van Oldenborghweg de aalscholvers in de bomen bij het Hoefijzermeer allemaal nesten maken. Op de foto zie je geloof ik niet veel aalscholvers, maar er zaten er een heleboel.
Het was niet helemaal helder aan het strand.
Er lagen op sommige plekken weer aardig wat schelpen.
Russisch-Nederlandse samenwerking op een strandpaal.
Op sommige plekken zakte je wel tien centimeter weg in het zand.
Een vissersboot niet ver van de kust.
Drie hardlopende vrouwen met twee honden.
Bij de strandopgang van het stille strand staat een nieuw bord met daarop een hoop onzin. Dat er toiletten zouden zijn bijvoorbeeld en een reddingsbrigade en EHBO. Maar daarvoor moet je wel meer dan een kilometer lopen!
Ik blijf wel braaf wachten, hoor, terwijl de baas een foto neemt.
Het is deze week Boekenweek, met als thema vriendschap, dus het hondengedicht van deze week gaat daar ook over. Het is van Mensje van Keulen en het zijn eigenlijk twee lange gedichten die het jaarwisselingsgeschenk waren van uitgeverij Thomas Rap (1976-1977). Later zijn de gedichten opgenomen in een dichtbundel met ballades van deze schrijfster, Lotgevallen uit 1977.
Mensje van Keulen - Twee vrienden
I
Zijn allerliefste kameraad
Was grote Boris, de Bouvier,
Waarop hij wel eens paardje-ree,
Waarmee hij sliep, speelde op straat.
Een hond zo vriendelijk, nooit 'n kuur.
Zijn vaders trots omdat hij waakte,
En vooral omdat hij maakte
Dat de ratten in de schuur...
Een had hem in zijn poot gebeten.
De wond zwol op, de koorts ving aan.
Hij hijgde, hij kon niet meer staan,
Hij wou niet drinken, niet meer eten…
Hij paste niet op de achterbank,
Ging toen op 'n groentekar en tilde
Zijn kop naar hem, het joch dat gilde.
Zijn laatste groet was 'n zacht gejank.
De laatste zeven strofen van dit gedicht gaan over het verdriet van de jongen over het doodgaan van zijn hond.
II
In de eerste zes strofen van het tweede gedicht gaat de jongen naar de bloemenwinkel. De bloemist ziet hem staan dralen en krijgt van de jongen te horen dat hij zijn spaarpot omgedraaid heeft om bloemen te kopen. Voor het schamele bedrag dat hij heeft, kan hij, als de bloemist een oogje dichtknijpt wel een bosje narcissen krijgen.
Waarom schud je je hoofd van nee
En staat je snoetje vol verdriet?
Kom, ik ben de beroerdste niet,
Neem dan maar een bos tulpen mee.
Waarom begin je zo te blozen?
Zeg iets, al is ’t maar één woord!
Wat zeg je, heb ik ’t goed gehoord?
Wil je die mooie rooie rozen.
Die zijn zo duur, die gaan per stuk.
Je hebt voor één zelfs niet ’t geld.
Waarom zie ik nu een traan die welt,
Een traan van bitter ongeluk?
Ach…wil je van je beste vrind
Boris, je hond, het graf gedenken…
Daarvoor wil ik je rozen schenken:
’n Tuilvol! Ga terstond m’n kind.
Deze week niet heel veel gebeurd; niet met de baas naar het strand bijvoorbeeld. Woensdag wel een rondje duinrand. Daar kwamen we deze tegen en die kan ontzettend hard hollen.
En dat harde hollen levert een raar plaatje op.
Het wordt lente en dat betekent dat er niet alleen allemaal bloemetjes opkomen,
ook allerlei beestjes zijn actief. Bijvoorbeeld mollen in het grasveldje bij de Helmkade, dat ruikt razend interessant.
Op de zanderij zijn ze van de week druk bezig geweest met grote lappen plastic. Wat ze daaronder verstopt hebben weet ik niet. Ik mag van de baas nooit zo'n veldje op.
Het hondengedicht van de week is van Miriam Van hee. Het gedicht komt uit de bundel de bramenpluk (de dichters gebruikt in deze bundel helemaal geen hoofdletters) uit 2002. De bundel wordt onder andere gerecenseerd in Meander.
Miriam Van hee - op de snelweg
wij zagen een hond op een terras
het was ochtend en koud, toch
was de deur achter hem
half geopend, naast het huis
stonden dennen en
aan de sneeuw op hun takken
kon je nog zien hoe
de wind had gehaaid
het was zondag, een ochtend
uit zijn en ons leven
hij stond er zo stil
als een paard in de wei
voorbij te gaan
wij hebben een uur
of nog langer gezwegen
toen nam ik papier en ik schreef
er stond een hond op een terras
het was ochtend en koud
en wij snelden voorbij
op de wegen
|
|
|
|
|