BIJKE
Laatste artikelen

Op deze site (http://bijke.punt.nl) staan alle zondagse verslagen van de week van Bijke vanaf 11 november 2007 tot 5 mei 2013. Alle verslagen vanaf 5 mei 2013 staan op http://bijke99.punt.nl.

Op een duin bij Egmond, afgelopen vrijdag toen de baasjes een stukje gefietst hebben en ik in de kar meemocht.

Woensdag oefende Hoed en de Rand op de boot van Peter in Leimuiden en ik ben meegeweest met de baas. Heb weer lekker op de bank buiten gelegen, in het zonnetje en geluisterd, voornamelijk naar gedichten van Slauerhoff.

Op weg van de jachthaven naar de bushalte.

Gisterochtend op het strand.

 

 

Het hondengedicht van de week is van Mowaffk Al-Sawad (1971). Deze van oorsprong uit Irak afkomstige dichter was afgelopen donderdag bij de presentatie van de nieuwe dichtbundel van Tsead Bruinja, waar hij ook onderstaand gedicht voordroeg. De baas heeft het gedicht gevonden op de site van het literair tijdschrift De Revisor

      Mowaffk Al-Sawad - Absoluut een hond

      Toen de hond zichzelf voor de eerste keer zag in het water van de vijver
      dat grenst aan het huis, waar hij bij hoort, blafte hij hevig:
      waardeloze hond, wie heeft jou naar mijn gebied gebracht
      en waarom heb ik dat al die tijd niet geweten?
      Ik zal je opjagen waar je ook gaat. 
      Maar toen een zomerwesp tegen de oppervlakte van het water botste
      en de kleuren uit elkaar geslagen werden en verdwenen 
      slaakte de hond een diepe zucht
      nu hij zijn verloren koninkrijk had herwonnen.









Reacties

Gisteren op het strand, vandaar wat zand op mijn kop.

Soms gebeuren er dingen op het strand waar ik niet veel van snap, zoals hier, vlak naast de strandhuisjes.

Ook woensdag was ik met de baas op het strand. Onderaan naast de strandopgang naar het stille strand bloeien verdwaalde narcissen.

 

 

Ik heb woensdag even het water geprobeerd, maar het was nog wel frisjes. 

Gistermiddag nog naar de Santmark geweest en op weg ernaartoe moest ik op de Helmkade even bij deze dotterbloemen zitten.

Het hondengedicht van de week is van Delphine Lecompte en heet 'mijn vader wordt een hond en ik moet jezus spelen'. Het stond op Krakatau ('Tijdschrift tegen alles omdat niets beter is') 15 september 2012. 
 
Delphine Lecompte - mijn vader wordt een hond en ik moet jezus spelen
 
Een hond met de overduidelijke ziel
Van een Tibetaanse monnik likt
De dijwonde van een agnostische fietsenmaker
Naast de fietsenmaker ligt mijn vader
Met gespreide armen in een filmwoestijn.
 
Hij speelt een profeet
En ik verzorg de catering
Natuurlijk is het een droom
De hond is de ster van de film
Het is een stomme film.
 
De agnostische fietsenmaker geneest
Dankzij het kwijl van de boeddhistische mopshond
In mijn droom speelt hij
De duivel van mijn vader
Maar zijn hoorns lossen telkens.
 
De fietsenmaker krijgt de slappe lach
En wordt ontslagen
Hij verlaat de filmwoestijn
Met een minder lafhartig geloofstelsel
De heilige hond mist de duivel
Hij wordt onhandelbaar.
 
De regisseur vraagt aan mijn vader
Of hij de hond wil vervangen
Maar al te graag!
Mijn vader wordt een stoïsche schoothond
En ik mag Jezus spelen
Er is geen duivel meer nodig.
 
Mijn baard jeukt en mijn monoloog is afgemeten
Bovendien wordt de catering toevertrouwd aan een blinde misantroop
Dus wek ik mijzelf met een duim die al wakker is
Krabbend aan mijn hals
Plan ik alvast een ijsje op de dijk.






Reacties

Dit is vandaag in de tuin. En onderstaande foto's zijn van de week aan de overkant gemaakt.

Voorjaar: lekker door de narcissen lopen. Of op de Zanderij voor een blauw veldje zitten.

Of op het dakterras voor het bloeiende amandelboompje.

Het hondengedicht van de week is van Gerrit Komrij, uit een cyclus van zes gedichten 'Wandeling met mijn hond'. Eerder stond het gedicht 'De verjaging' uit deze cyclus hier en het gedicht 'Passage' hier. Het gedicht '20 maart 2044' komt uit Komrijs verzamelbundel Alle gedichten tot gisteren (2004).

      Gerrit Komrij - 30 maart 2044

      Onder mijn voeten krimpen honderd jaar:
     
Niets dan een halte in een wandeling
     
Van pool naar pool, via de evenaar,
     
En weer terug, een eendere handeling.

      Ik kijk opzij, ik zie mijn trouwe hond.
     
Er zit geen wollen vacht meer om zijn romp en
     
Een beslagen tong hangt uit zijn mond.
     
Zijn oog is dof. Maar hij is niet gekrompen.

      Hij kan niet krimpen, want hij kent geen tijd.
     
Hij wil de tijd niet eens. Hij vreest de zweep.
     
Hij vreest de klok die tikkend spot en bijt, 
     
Terwijl ik mij van noord- naar zuidpool sleep.

      Hij is bereid om iedereen te likken.
     
Er is al honderd jaar geen vraag naar hem.
     
Wat zoek ik? Vaag -van voor het grote tikken-
      
Hoor ik nog zijn bedauwde godenstem.













Reacties

Gisteren mooi weer, tenminste 's middags. Maar ik ben niet verder geweest dan de Zanderij, die op een plaats blauw kleurt van bolletjes (of knolletjes).

Van de week was het vaak mistig. Hier op de Helmkade, met interessante mollenhopen.

 

Het groot hoefblad steekt ook zijn bloemen op op de Helmkade.

Strandfoto's van vorige week.

 

En als de baas languit op de bank ligt, speel ik wel zelf.

 

Het hondengedicht van de week is van Daan de Ligt (1953), voormalig stadsdichter van Den Haag. Het stond op zijn blog op 5 oktober 2010.
 
Daan de Ligt - Schoothondje
 
het roofdier werd een trillende neuroot
een prooi voor rusteloze vrouwenhanden
soms gromt hij wat, ontbloot verward zijn tanden
maar meestal vindt hij vrede op haar schoot

ze maakt hem van geheimen deelgenoot
van smeulend vuur dat nimmer fel zou branden
de dromen die als wrakhout telkens strandden
al strelend wordt de trage tijd gedood

hij likt haar tranen weg en laat haar klagen
ze vindt voor haar verdriet een open oor
zijn wensen echter vinden geen gehoor
hij voelt een almaar groeiend onbehagen

hij is een reu, hij is een carnivoor
en wil beestachtig paren en gaan jagen





Reacties

 Dit was afgelopen woensdag toen ik met de baas een rondje gefietst heb naar Limmen en Egmond. Dit is vlak bij Castricum, bij de Schulpstet.

Tussen Limmen en Egmond.

Tussen Egmond en Castricum...

waar het zadel van de fiets van de baas afbrak en waarvandaan we raar fietsend naar huis zijn gegaan.

En verder wat ontmoetingen deze week, onder andere met Toni, bij de duinrand.

En hieronder een ontmoeting met Bink, bij de anti-tankmuur.

Het hondengedicht van de week is van Ton van Reen (1941). Het gedicht 'Een hond is aarde' komt uit zijn dichtbundel De straat is van de mannen (2007). 

      Ton van Reen - Een hond is aarde

      Leer de hond geen ketting kennen
      als hij huilt kerven messen zijn huid
      messen voor trouw

      Leer de hond geen stenen kennen
      als hij loopt rammelt zijn maag
      stenen voor brood

      Leer de hond geen zand kennen
      als hij ligt stuift het zand uit zijn keel
      zand voor water

      Een hond is aarde







Reacties

Het staartje van de Boekenweek: vorige week zondag gratis in de trein met de baasjes, op vertoon van het Boekenweekgeschenk De verrekijker. De conducteur vond het maar vreemd dat de baasjes het boek van Kees van Kooten op de e-reader hadden staan en wist niet of dat wel gold (terwijl dat gewoon op bladzij 2 stond). Pas toen de baasjes het echte boekje lieten zien, waar ík gratis op reisde, was het goed.

Woensdagochtend naar het strand, aardig zonnig en wat minder wind, dus het was best lekker. We kwamen Toni ook nog tegen.

Het was ook nog wel een beetje ijzig.

Ook in de duinen was het nog ijzig.

Woensdagmiddag was het in de tuin niet echt warm, maar ik heb toch maar even op mijn favoriete plekje in het zonnetje gelegen.

 En toen was er gister opeens weer sneeuw; niet veel, maar toch.

Het hondengedicht van de week is van Gust Gils (1924-2002). Het gedicht komt uit de bundel Levend voorwerp (1969).

      Gust Gils - 'duizend jaar koestgeroep' 

      duizend jaar koestgeroep
      tegen hond

      kweekt koesthond
      maar ook

      blafmens





Reacties

Afgelopen week was het Boekenweek en dus kwam ik weer eens in de boekwinkel waar ik vroeger elke week heen ging. Ik zit er misschien een beetje zielig bij, maar dat valt wel mee hoor.

De baas was niet zo mobiel in het begin van de week, dus woensdag ook niet naar het strand. Gister wel, poeh, wat een koude wind.

 

En dit lijkt wel wat wonderlijk: strandtent Jaffa is een stukje naar voren geplaatst, maar blijkt nu toch echt veranderd te zijn in Club Zand!

 

En vanaf nu zullen we wel bijna niet meer op het gewone strand komen maar naar het Stille strand gaan, want de strandhuisjes worden ook weer opgebouwd. Jammer, moeten we weer wachten tot de herfst voordat het strand weer leuk wordt.

 

En je zou het niet zeggen met die gure wind, maar de lente is begonnen en soms zie je dat, ook in de duinen:

Je ziet wel meer in de duinen. Vanochtend:

Die gure wind had ook hard zijn best gedaan om de toegang tot de Papenberg van de achterkant te blokkeren. De baas kreeg het hek maar moeilijk open en in ieder geval daarna niet meer dicht.

Het hondengedicht van de week is van John O'Mill (1915-2005). John O'Mill is vooral bekend door wat wel genoemd wordt zijn nonsensgedichten, in een merkwaardige mengeling van Nederlands en (raar) Engels. Het gedicht 'Rabiës' komt uit zijn debuutbundel Lyrical laria in Dutch and double Dutch uit 1956. Op 03-08-2008 stond hier ook een gedicht van John O'Mill.

      John O’Mill - Rabiës

      Laatst is de gek van Tiengemeten
     
door een dolle hond gebeten.
     
De gek hersteldevan de beet;
     
het was de hond die overleed.





Reacties

Afgelopen woensdag voor de laatste keer sneeuw deze winter? Door de duinen naar het strand in een soort sneeuwstorm.

  

Toen we op het strand waren was het droog, scheen zelfs af en toe de zon, al waren er donkere wolken in de verte.

 

Vorige week zondag was het ook al wittig, op de Zanderij:

Het hondengedicht van de week is van Johanna Kruit (1940). Het komt uit een bundel kindergedichten Als een film in je hoofd uit 1989. Het gaat niet echt lekker met de hond uit het gedicht; ik voel me gelukkig prima, al ben ik soms wat stijfjes.

      Johanna Kruit - Mijn hond

      Zoals je daar ligt
      met alle losse eindjes ingestopt
      en zo stil, zo ziek.

      Hoe moet dat nou
      als jij er niet meer bent.
      Wie laat je uit?

      Wat was je klein
      toen je hier kwam.
      Wat werd je groot.

      Ik zie me al lopen
      met een lege hondenlijn.
      Zul je gauw weer beter zijn,
      ga je niet dood?














Reacties

Op het terrein van Duin en Bosch in het zonnetje, begin deze week, want toen was het opeens lenteweer.

De straten op Duin en Bosch hebben sinds kort namen gekregen, zo ook dit zandpad:

En het strand deze week; onder andere lekker rollen in het zand.

 

 

In het gras bij ons aan de overkant kwamen deze week de eerste krokussen boven.

Deze komen we bijna elke week wel tegen, meestal op de Zanderij.

Het hondengedicht van de week is van Gerard den Brabander (1900-1968) en komt uit de bundel Niets nieuws (1956). Onderstaande versie is overgenomen uit de Verzamelde gedichten uit 1984. Ook op 21 september 2008 stond er een gedicht van Den Brabander op deze plek.

      Gerard den Brabander – Ik, hond…

      Neus langs de grond…
     
Me dunkt ik móet haar ruiken
     
tussen de lui en loom geworden buiken
     
die vadsig hangen om het Plein.
      I
k snuffel rond:
     
lief, ’t is in kannen en kruiken.






Reacties

 Nog wat foto's van Vlieland in de voorjaarsvakantie.

 

Ja, ons huisje kon ik feilloos vinden als we bijvoorbeeld van het strand af kwamen. Nu was dat ook niet zo moeilijk: één duintje over en dan recht doorlopen en dan was je er.

 

Er stond een hoop koude wind en af en toe sneeuwde het een heel klein beetje.

 

En natuurlijk moest ik ook op gezette tijden even plaats nemen bij een gedicht van J. Slauerhoff.

Nu was dit een plakkaat met een wat rare mengeling van twee verschillende gedichten van Slauerhoff: de eerste strofe van het gedicht 'Woningloze' en de laatste vier regels van het gedicht 'Het einde'.

 

En deze ligt bij de haven, een verminkt fragment van het gedicht 'De ontdekker' dat begint met de regel 'Hij had het land waarvoor hij scheep ging lief' en dus helemaal niet 'Hij had het eiland waarvoor hij scheep ging lief'. Niet dat ik me daar druk over maak, maar de baas wel.

 

Zo, en hieronder foto's van ons eigen strand:

 

Het hondengedicht van de week is van Charivarius (pseudoniem van Gerard Nolst Trenité (1870 - 1946). Leraar Engels Trenité schreef voor De Groene Amsterdammer een taalrubriek onder de naam Charivarius.

      Charivarius – Bello, de trekhond

      (die Charivarius, na afdingen, voor fl. 7,50 kocht van een hondenbeul)

      Bello, heb je zo geleden?
      Arme kerel, kom eens hier.
      Zo. Ben je nou tevreden,
      Mager afgejakkerd dier?

      ‘k Heb je lekker laten wassen
      Van de modder en de mest;
      Ja, je hield niet van dat plassen!
      Maar ’t was voor je eigen best.

      O, je baas was wel venijnig,
      Treurig leven was je deel;
      Eten kreeg je veel te weinig,
      Schoppen kreeg je veel te veel.

      Nou begint een ander leven,
      Zonder zorgen en verdriet;
      ‘k Zal je goed te eten geven,
      Schoppen, kerel, krijg je niet!

      Rijst, en velletjes van worstjes –
      Zeg, bevalt je dat menu?
      Aardappels en zo, en korstjes,
      Goed gedrenkt in lekkere jus.

      ‘k Zal je wel eens dikwijls fuiven,
      - Nee, niet likken! Dat vin’k vies –
      Op verrukkelijke kluiven;
      Graten niet. Die zijn voor Mies.

      ’n Enkele keer een stukje lever
      Door je droge hondenbrood –
      En je dankt de milde gever
      Met een extra-zware poot.

      Uren zull’ we samen wandlen
      Al maar keuvlen met mekaar
      En van allerlei behandlen;
      Ik vertel. Jij luistert maar.

      En dan gaan we naar de duinen,
      Waar de zilte zeewind speelt
      Jij rent naar de hoogste kruinen –
      Plotseling …stokstijf! Als een beeld!

      Dan weer pijlsnel naar beneden,
      In een tomeloze vaart,
      Zaligheid der zaligheden!
      Tuimelend over kop en staart.

      En als ik eens uitgeweest ben,
      Wordt je slaapje plots gestoord
      Jij, omdat j’ een hartlijk beest ben,
      Voelt mijn komst voor dat je ‘m hoort.

      Op…! Je luistert..’t lijf naar voren,
      Trillend in een blij gebeef…
      Recht gespitst je beide oren….
      En je kop zo’n beetje scheef…

      Kijk je staart begint te wuiven,
      Flap! Daar sta je vóór je ’t weet,
      Bij de deur met lange snuiven,
      Zo je snoet plat op de reet…

      Hoor! De huisdeur wordt ontsloten…
      Jij, verrukt van ’t slot-geraas,
      Staat te traplen op je poten…
      Hiep, hoera!! Daar is de baas!!

      Zeg… vanwaar die doffe blikken…?
      Strakjes keek je nog zo goed;
      Bello! Beest, je laat me schrikken,
      Kom, kom, kom, een beetje moed!

      Nou, niet als-maar poten geven!
      ‘k Snap ‘t: je zweert me eeuwig trouw;
      Top! Akkoord!… Hei, wacht nou even!
      Niet je snoet zo in me mouw!

      Moet ‘k je kop nou weer eens strijken?
      Kijk, wat wordt ie glanzend glad!
      ’t Zou nog wel eens kunne blijken,
      Dat ’k een koopje aan je had.

      En ’t is niet om je te vleien,
      Maar je hebt een mooi gebit!
      En je haar is zacht en zijen,
     Zwart, met plekjes van sneeuw-wit.

      Ja, je poten staan wat krom nou,
      Door dat tuig, dat zat zo slecht…
      Bello! Niet zo’n zucht! Waarom nou?
      Wees gerust – dat komt terecht!

      ’t Is hier nog wel uit te houen,
      Wel gezellig, hè, en warm!
      Koest nou! Koest nou! Niet zo douwen,
      Met je kop zo onder m’ arm!

      Zo, laat ik je hier nou leggen;
      O, wat dankbaar kijk je ‘m aan!
      Laat ons voortaan – wil je zeggen –
      Poot in hand door ’t leven gaan….

      En zo praatt’ ik boud en blijde…
      Even strekt’ hij nog zijn poot…
      Zachtkens zonk zijn kop op zijde…
      ’n Zucht. En toen was Bello dood.

























































































Reacties
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl